Bulletin nr.1 - maart 2001

    Voorwoord
    Congres Salzburg
    Diaconale uitwisseling
    Het Vaticaan spreekt
    Francessco, een poppenspel
    Literatuur



    VOORWOORD

    Collegae diakens en echtgenoten.
    Beste mensen,
    Het jaar 2001 heeft al in het bestaan van de eerste maanden geschiedenis geschreven. Het begon al heel triest met de brand in Volendam, nauwelijks nadat het jaar een half uur oud was. Nieuws wordt ook alweer snel ingehaald door andere gebeurtenissen van politieke aard in eigen land en buitenland, gestrande schepen met vluchtelingen, wederzijds verzet in het Midden - Oosten, luchtaanvallen op Irak en zo kunnen we de nieuwsdienst op de voet weergeven. In de wereld van het diaconaat zijn er twee gebeurtenissen, die meer dan de gewone aandacht verdienen. Allereerst eind maart het congres in Salzburg en in de maanden april en mei worden een drietal werkweken gehouden in het kader van het Hirschluch - proces. Over beide gebeurtenissen wordt nader ingegaan in bijgaande artikelen van dit bulletin.
    Boeiend en nog meer inspirerend is het artikel van pater Harry Spee, die veel diakens en anderen, die theologie hebben gestudeerd heeft begeleid. Zijn visie op het onlangs uitgekomen directorium voor diakens is de moeite waard om te overwegen. We zijn hem dan ook meer dan erkentelijk, dat wij zijn artikel middels dit blad mogen publiceren. Als de voortekens niet bedriegen, zal er binnenkort een nieuw boek van zijn hand verschijnen. We houden je op de hoogte.
    Nieuws betreft ook een functieverandering in het bestuur van IDZ Nederland - Vlaanderen. Een gehoopte uitbreiding blijft nog even achterwege. Positief nieuws is wel, dat IDZ - Nederland - Vlaanderen een eigen website heeft, die voor iedereen toegankelijk is. Een zoektocht is niet moeilijk voor wie internetaansluiting heeft op de computer. Ook hierover meer in dit bulletin.
    Het aantal leden van onze Nederlandstalige afdeling bedraagt momenteel 63 personen, waarvan 40 ook een abonnement hebben op het blad Diakonia Christi.
    Daarboven zijn er nog dertien abonnementhouders zonder dat zij lid zijn van het IDZ. Jaarlijks mogen we als Nederlandstalige afdeling enkele mensen meer begroeten als lid en of abonnementhouder. Ieder van ons kan hieraan een bijdrage leveren door zoveel mogelijk collega's en ander geïnteresseerden op de hoogte te brengen van deze mogelijkheden. Zowel het abonnement alsook het lidmaatschap bedragen ieder fl. 40,-. Voor opgave zie de website van de diakens.
    Nieuws over een landelijke diakendag is momenteel niet voorhanden. In het bisdom 's Hertogenbosch is een werkgroep met de voorbereidingen bezig. Wanneer de agenda's van de verschillende personen op elkaar zijn afgestemd, hopen we daarover spoedig meer te horen over datum, plaats en tijd.
    Wanneer ieder, die nieuws te melden heeft voor dit bulletin haar of zijn artikel opstuurt, dan kunnen we middels dit met elkaar in gesprek blijven, ook al wonen we verspreid over heel Nederland en Vlaanderen.

      Met oprechte en collegiale groet.
      Diaken Wim Tobé



    CONGRES SALZBURG 29 maart tot 1 april 2001

    Middels de secretariaten van de Nederlandse bisdommen is gevraagd alle diakens en aspiranten diakens de informatie toe te sturen over het diakencongres, dat van donderdag 29 maart tot zondag 1 april 2001 gehouden wordt in Salzburg.
    Het thema van het congres luidt: "Diakonale ontwikkelingen in de parochie als opgave en de rol daarin van de permanente diaken".
    Er worden ongeveer 200 deelnemers m/v verwacht uit alle werelddelen. Vanuit Nederland en Vlaanderen zullen er zo'n 17 personen aan deelnemen, in zoverre de informatie ons heeft bereikt; hierbij zijn ook een vijftal echtgenoten geteld van diakens, die deelnemen. Overigens staat het deelnemen aan het congres ook voor niet - leden open. Op de eerste echte congresdag, vrijdag 30 maart worden er een tweetal inleidingen gehouden over de situatie en veranderingen in Europa en in Amerika.
    s'Middags wordt in een referaat duidelijk gemaakt wat we op weg naar een diaconale parochie als reëel moeten beschouwen en welke dromen we daarbij ook mogen hebben. Op zaterdag volgen dan een aantal korte ervaringsverhalen uit alle delen van Europa en Noord - en Zuid - Amerika om daarna in een twaalftal werkgroepen uiteen te gaan die met elkaar in gesprek zullen gaan over één van de ervaringsverhalen; dat vindt middags zijn vervolg waarna nog een plenumdiscussie volgt met inleiders. Ter afsluiting volgt dan een samenvatting en een verklaring van het congres.
    Tijdens deze dagen houdt het IDZ ook haar ledenvergadering en kiest zij een nieuw bestuur en de gedelegeerden. Dezen zullen deels degenen zijn, die ook voorheen daarin hun plaats hebben gehad; deels ook zullen daarin andere kandidaten worden gekozen. Op zondag is er een pontificale eucharistieviering, waarin kardinaal Miloslav vlk van Praag de homilie zal houden. Hij is voorzitter van de Europese Bisschoppenconferentie. Na het middageten gaat ieder zijn of haar weg. Al dan niet terug naar de woonplaats of nog enkele dagen vrijaf om te bekomen van de intense arbeid van de congresdagen.
    Een verslag van dit congres verschijnt later dit jaar in het blad Diakonia Christi, dat door het IDZ wordt uitgegeven. Als het lukt, dat één van de congresgangers een verslag weet te maken, hopen we via dit bulletin dat eerder te verspreiden.



    DIACONALE UITWISSELING IN EUROPA

    Enkele jaren gelden, kort na de val van de Berlijnse Muur is vanuit de diaconale bewegingen in Europa het idee opgevat om ook langs diaconale weg een brug te slaan tussen Oost en West, juist nu de grens geen bezwaar meer was om elkaar te ontmoeten. Dat mondde uit in het zg. Hirschluchgprocess, genoemd naar het conferentieoord aan de Zuidoost kant van Berlijn, waar het overleg plaats vond tussen de EDK (Europäische Diakonen Konferenz) en het IDZ. Het resultaat was, dat toen - ondersteund door een goed geleid secretariaat in het Duitse Bielefeld - in een viertal groepen naar even zoveel diaconale werkplaatsen in Oost- en West-Europa bezocht om te zien hoe elders al dan niet door diakens geleid mensen zich inzetten voor diegenen, die zich aan de rand van de samenleving bevinden.
    Na de afsluiting en de evaluatie in 1997 werd in principe het besluit genomen om dit proces voortgang te laten vinden. Helaas moest dit gebeuren zonder de ondersteuning van het secre-tariaat in Bielefeld.
    Middels het Engelse bestuurslid van het IDZ, Mgr. Austin Hunt, werden er in 1999 contacten gelegd met de Hope University in Liverpool. Hier was men bereid om menskracht vrij te maken en het secretariaatswerk op zich te nemen. En tevens zou ook de financiële ondersteuning bekeken worden.
    Nu twee jaar later worden er vanwege de nabijheid voornamelijk door Nederlandse diakens van protestante en katholieke zijde nauwe contacten onderhouden met de Hope University en zijn de plannen in een vergevorderd stadium. Uit heel Europa, verdeeld over Oost en West, zowel mannen als vrouwen, zowel katholieke als reformatorische christenen gaan naar een drietal andere projecten, te weten in Bourgas (Bulgarije), Liverpool (Groot Brittannië) en Oulu (Finland) om te bezoeken, te spreken met vrijwilligers, leiding en overheden, gedachten uit te wisselen en ervaringen op te doen.
    In oktober zullen de ervaringen uitgewisseld worden, waarna in januari 2002 in Liverpool een intemationale conferentie wordt belegd om aan te geven, in welke mate deze ervaringen een bijdrage kan zijn in het theologisch denken over de diaconie. We houden ieder op de hoogte middels dit bulletin.
    De werkgroep Nederlandse diakens bestaat uit Peter Geene (Vereniging Diakonale Werkers) Rob Mascini, Cees van Opzeeland en Wim Tobé (allen IDZ).



    HET VATICAAN SPREEKT (door Harry Spee)

    Ten geleide.
    Zoals bekend heeft het Vaticaan enige documenten gepubliceerd rond het permanent diakonaat. Zij betreffen de Ratio fundamentalis oftewel de Basisnormen voor de vorming en het Directorium voor de dienst en het leven van permanente diakens.
    Zij zijn gedateerd op 22 februari 1998 en staan onder de verantwoordelijkheid van resp. de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding en die voor de Clerus. De vertaling van deze documenten is gemaakt door dr. H. Flohr en verscheen in (1 2 1) 28(2000)l.
    De redactie heeft mij gevraagd, hierbij kanttekeningen te plaatsen. Geen gemakkelijke opgave. Ik heb niet de pretentie een expert te zijn inzake praxis en theologie van het permanent diakonaat. Bovendien vraagt het interpreteren van Vaticaanse stukken een aparte begaafdheid.
    Ik heb hen eerst zonder vooringenomenheid doorgewerkt. Ik kreeg soms het gevoel dat vaker na een preek verwoord wordt: 'Hij heeft het weer mooi gezegd.' Maar daarna gaat het leven zijn bekende gang. Toch meen ik dat het de moeite waard is, deze stukken serieus te nemen. Ook al heeft Rome gesproken, de kous is nog lang niet af. Wie echter op verantwoorde manier kanttekeningen wil plaatsen, moet de tekst zelf bestuderen.
    Ik ga eerst nader in op het Voorwoord. Daarna volgt de Ratio fundamentatis. Vervolgens komt het Directorium aan de orde. Ik eindig met enige voorlopige conclusies. Uiteraard komt niet alles aan de orde, maar ik leg de nadruk op aspecten die m.i. belangrijk zijn.

    1. Het Voorwoord.
    Officieel draagt dit als titel -. 'Gezamenlijke verklaring en inleiding'. Dit voorwoord is ondertekend door de prefecten en secretarissen van genoemde Vaticaanse congregaties. Zij wijzen erop dat het door het Tweede Vaticaans Concilie hernomen permanent diakonaat een sterke impuls gekend en veelbelovende vruchten voortgebracht heeft. Het Vaticaan heeft geprobeerd dit alles te begeleiden. Men wil nu echter een omvattende verheldering bieden. De documenten verwijzen naar elkaar en vullen elkaar aan. Dit blijkt ook uit de inleiding van dit Voorwoord. Zij spreekt over het gewijde ambt dat uit drie graden bestaat en in verscheiden wijdingsorden wordt uitgeoefend: bisschoppen, priesters, diakens. Vervolgens komt de orde van het diakonaat ter sprake. Tenslotte wordt het permanent diakonaat kort besproken.
    Hier wordt uitdrukkelijk verwezen naar het Tweede Vaticaans Concilie. Een van zijn vruchten was de wil tot herinrichting van het diakonaat als eigen en blijvende hiërarchische rang. De huidige Paus wordt geciteerd: 'zo werd een revitalisatie van de christelijke gemeenschappen bevorderd die meer lijken op die van de apostelen en die in de eerste eeuwen hebben gebloeid, altijd onder inspiratie van de Trooster, zoals de Handelingen betuigen.' Interessant is die verwijzing naar de eerste christelijke gemeenten. Vandaar -. 'Het "permanent diakonaat" vormt een belangrijke verrijking voor de zending van de kerk.'
    Bij dit Voorwoord of begeleidend schrijven valt mij op: genoemde documenten kwamen tot stand na uitvoerige, internationale consultatie; je proeft hierin de bezorgdheid voor de vorming en het dienstwerk van de permanent diakens; en ook het zoeken naar 'kwaliteit' van leven en werken.

    2. De basisnormen voor de vorming. Het eerste hoofdstuk draagt als titel: 'de vormingswegen'. Men begint met een korte samenvatting van eerder verschenen Vaticaanse documenten rond dit thema.
    In de verwijzing naar een gedegen theologie van het diakonaat valt de nadruk op het gegeven dat de permanent diaken de handoplegging ontvangt 'niet voor het priesterschap, maar voor het dienstbetoon'.
    Deze aanwijzing omlijnt de specifieke theologische identiteit van de diaken: als participant aan het ene kerkelijk dienstambt is hij in de kerk specifiek sacramenteel teken van Christus de dienstknecht.
    Zijn opgave is 'uiting aan de noden en verlangens van de christelijke gemeenschap' te geven en 'stimulans tot dienstbaarheid of diaconia' te zijn, wat een wezenlijk deel van de zending van de kerk vormt'
    (N. 5. Bij de 'forma' van het sacrament wordt uitdrukkelijk verwezen naar Jesaja 1 1, waarin gesproken wordt over de telg van lsac, op wie de geestesgaven rusten
    (N.6. Het is goed, deze tekst opnieuw te overwegen. Vervolgens wordt gesproken over het diakenambt met zijn drie 'munera' in de verschillende contexten: doceren, heiligen, besturen. Dit laatste munus staat vooral betrokken op de diakonie. 'Deze bediening is het meest typisch voor de diaken.'
    (N.9. Sprekend over de diakonale spiritualiteit wordt gezegd: 'Het "Leidmotief" van zijn geestelijk leven zal dus de dienstbaarheid zijn.'
    (N. 1 l. Vervolgens komt de taak van de Bisschoppenconferenties aan de orde. Men zegt dat de Ratio slechts enige algemene grondlijnen vaststelt. 'Aldus worden zonder de creativiteit en de oorspronkelijkheid van de particuliere kerken teniet te doen de beginselen en criteria aangegeven op basis waarvan de vorming van permanent diaken veilig en in harmonie met de andere kerken kan worden geprogrammeerd.'
    (N. 1 4. Vervolgens komt de verantwoordelijkheid van de bisschoppen ter sprake inzake het permanent diakonaat alsook die van de instituten van gewijd leven en de sociëteiten van apostolisch leven. Nadat gesproken is over de 'vormingswegen' wordt nader ingegaan op degenen die bij de vorming tot permanent diaken betrokken zijn. Primair is dit een taak waarbij de hele kerk betrokken is. De Geest is degene die het eerste handelt. De eigen bisschop is echter 'het eerste teken en instrument' van de Geest en daarmee de uiteindelijke verantwoordelijke. Daarna wordt gesproken over degenen die direct voor de vorming verantwoordelijkheid dragen: vormingsleider, mentor, spirituaals, pastoor (is hier de stagebegeleider bedoelt?). Vervolgens komen aan de orde: de docenten, de vormingsgemeenschap, de gemeenschap van herkomst, de aspirant en de kandidaat. Belangrijk is dat hier gezegd wordt dat degene die zich voorbereidt op het diakonaat zelf noodzakelijk en onvervangbaar subject van zijn vorming genoemd moet worden 'iedere vorming... is uiteindelijk zelfvorming'
    (N. 28. Het geheel wordt gedragen door de zorg voor juiste mensen op de juiste plaats. Hierna wordt het profiel geschetst van de kandidaten. Hier wordt sterk benadrukt dat de eigenlijke roeping van de kerk komt aan de hand van objectieve criteria. Daarom worden eerst de algemene vereisten opgesomd. De aanstaande diaken moet primair als een, voorbeeldig mens worden gewaardeerd; vervolgens moet hij niet alleen voldoen aan de vereisten tot de wijding, maar ook bijzondere kwaliteiten en evangelische deugden bezitten die door de diaconia worden vereist.
    Het is een lange waslijst, zonder dat echter de diakonale profilering wordt toegespitst. Ook wordt gesproken over de leeftijd tot toelating. Hierna komen de vereisten tot de levensstaat van de kandidaten aan de orde. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ongehuwd, gehuwden, weduwnaars, leden van instituten van gewijd leven en van sociëteiten van apostolisch leven. Wie als jonge, ongehuwde man diaken wordt, dient ongehuwd te blijven. 'Dit past bijzonder bij het gewijde dienstwerk.'In beginsel mag een weduwnaar - diaken niet hertrouwen. Van de gehuwden wordt verwacht dat zij een stabiel gezinsleven hebben en wordt gevraagd dat de echtgenote met de keuze van haar man instemt.
    Daarna komt uitvoerig het traject van de vorming aan de orde. Achtereenvolgens worden behandeld: voordracht, propedeutische fase, liturgische ritus van aanvaarding, vormingstijd, aanstelling tot lector en acoliet, diakenwijding. Vaker komt ten aanzien van gehuwde aspiranten de bijzondere aandacht naar voren voor hun echtgenote en gezin. In een lang slothoofdstuk worden de dimensies van de vorming geprofileerd. Zij worden onderscheiden in menselijke, geestelijke, leerstellige en pastorale vorming. Wat hier opvalt is de sterke nadruk op het algemeen - menselijke kwaliteiten waarover de diaken moet beschikken. M.a.w. met vroomheid en theologie alleen kom je er niet... Uitdrukkelijk worden als aspecten van menselijke rijpheid genoemd: relationeel vermogen, affectieve volwassenheid,opvoeding tot vrijheid en van het moreel geweten (n. 70).
    - Bij de geestelijke vorming komt ook de diakenspiritualiteit ter sprake als 'het delen in de liefde van Christus de dienstknecht die niet kwam om gediend te worden maar om te dienen' (n. 72. Ook wordt gezegd: 'de bron van dit nieuwe vermogen tot liefde is de eucharistie die niet toevallig het dienstwerk van de diaken kenmerkt. De dienst aan de armen is immers het logisch vervolg op de dienst aan het altaar. 'Ik vraag mij af: mag je dit ook omkeren? Vanuit de dienst aan arme anderen vier je geloofwaardig eucharistie.
    - Bij de leerstellige vorming worden de inhouden opgesomd. Het zijn de bekende theologische vakken. Opvallend is de volledige afwezigheid van de zogenoemde menswetenschappen. Hier bestaat het risico tot theologisch en pastoraal droogzwemmen.
    - Bij de pastorale theologische vorming wordt uitdrukkelijk een stage voorgeschreven en ook gepleit voor de ontwikkeling van een sterk gevoel voor missie. Deze bestaat volgens de auteurs vooral in de verkondiging van de waarheid aan niet-christenen. Over missie als dialoog wordt met geen woord gerept. Het slot is kort. Opnieuw wordt de noodzaak tot een gedegen vorming tot het permanent diakonaat onderstreept.
    Ik heb enige belangrijke elementen uit deze Ratio bijeen gezet. Ik heb 36 jaar gewerkt aan vorming en opleiding van vrouwen en mannen tot het kerkelijk dienstwerk. Steeds heb ik drie zaken bepleit: 1e een gelovige, evangelische grondhouding; 2e en gedegen theologische en menswetenschappelijke inhoudelijkheid; 3e pastorale vaardigheden. Bekijk ik van hieruit deze Ratio en houd ik in mijn achterhoofd de m.i. soms gebrekkige vorming en opleiding van diakens in bepaalde bisdommen, dan zeg ik: er staan hier behartenswaardige zaken. Maar toch maakt dit document een 'verheven, vergeestelijkte' indruk. Spijtig is de afwezigheid van elke vorm van maatschappij - analyse en van de menswetenschappen. Bovendien vind ik de toespitsing op de vorming tot het specifieke van het diakenambt mager. Hij wordt toch primair gewijd tot de diakonie. Om de diakonale opdracht goed te vervullen moet men niet alleen beschikken over speciale vaardigheden, maar ook over een eigen inhoudelijke deskundigheid en over een spiritualiteit die niet vies is van de 'materialiteit' van mens en samenleving. Het diakonale werk dient 'goed' te gebeuren - met toewijding, maar ook met deskundigheid. Opdat het echt ten goede is voor de betrokkenen en de arbeidsvreugde van de werker verhoogt. Gelukkig krijgen de bisschoppenconferenties de ruimte tot een creatieve en originele invulling. Ik hoop dat ze hiervan dapper gebruik maken. Dit is broodnodig.

    3. Het Directorium. Er zijn redenen om over de Ratio gematigd positief te oordelen. Dit kan niet gezegd worden van het Directorium. Voordat ik echter mijn oordeel geef en onderbouw bied ik een korte samenvatting. Het Directorium bestaat uit vier hoofdstukken. Zij dragen als titels: de rechtspositie van de diaken; de dienst van de diaken; de spiritualiteit van de diaken; de permanente vorming, Merkwaardig is dat men begint met de rechtspositie. In de openingsalinea staat: 'door oplegging van de handen en het wijdingsgebed wordt hij tot een gewijd bedienaar, tot lid van de hiërarchie gemaakt.
    Deze omstandigheid bepaalt zijn theologische en juridische positie in de kerk.' (N. 1. Welke is hier de onderliggende sacramentsvisie? Draagt zij trekken van magie vanwege de sterke nadruk op het 'ex opere operato'? Waar blijft de mens van vlees en bloed? - Men begint met te spreken over de incardinatie. Zij is 'een juridische band met eccesiologische en spirituele waarde in zoverre daarin de ambtelijke toewijding van de diaken aan de kerk tot uiting komt'(n. 2). Zie de nadruk op de juridische band. Gelukkig vervolgt men met een beschouwing over sacramentele broederlijkheid. Maar hieronder wordt veel verstaan. Natuurlijk gaat die broederlijkheid primair uit naar de diaken - ambtsbroeders, maar direct erna wordt verwezen naar de codex ( can. 272-283) die wijst op rechten en vooral plichten. De broederlijkheid in de richting van de bisschop benadrukt vooral de gehoorzaamheidsbelofte. 'De omvang van gehoorzaamheid en beschikbaarheid wordt bepaald door het diaconaal dienstambt zelf en door alles wat een objectieve, directe en rechtstreekse verhouding daarmee heeft' (n.8). Hier kun je natuurlijk 'van alles' onder verstaan.
    Bij broederlijkheid wordt er ook op gewezen dat diakens geen allianties mogen aangaan met 'slechte' verenigingen en groeperingen. Maar geheel onverzoenbaar met de diakonale staat zijn ook die verenigingen die diakens, onder het mom van representativiteit, in een soort corporatie of vakbond willen samenbrengen en dus in pressiegroepen...' ( n.1 1) Wat is motivatie en doelstelling van IDZ - Nederland Vlaanderen? Een gewetensvraag? - Men spreekt ook over de 'profane' beroepsactiviteiten van deeltijd - diakens. 'Zij hebben een andere betekenis dan die van de lekengelovige. Bij permanente diakens blijft profane arbeid gekoppeld aan de dienst' (n. 12. Daarom blijven bepaalde arbeidsvelden voor hen gesloten en wordt gevraagd om de profane arbeid 'goed' te doen.
    Actieve inzet in politieke partijen en vakbonden kan worden toegestaan in situaties van bijzonder belang voor 'de bescherming van de rechten van de kerk of de bevordering van het algemeen welzijn', overeenkomstig de door de bisschopsconferentie uitgevaardigde bepalingen; samenwerking met partijen en vakbondskrachten die zich baseren op ideologieën, praktijk of coalities die in strijd zijn met de katholieke leer, blijft dus ten stelligste verboden (n. 13).
    Hierna wordt gesproken over levensonderhoud en sociale voorzieningen, waarbij terecht juiste afspraken en rechtvaardige contracten bepleit worden. Men besluit dit hoofdstuk met een korte beschouwing over het verlies van de diaconale staat. Het tweede hoofdstuk behandelt de dienst van de diaken. 'De dienst van de diaken is door het Tweede, Vaticaans Concilie samengevat in de drieslag "diakonie van de liturgie, het woord en de liefdewerken (n. 22.) Op het gebruik van het woord liefdewerken kom ik terug, maar in de uitwerking van deze drieslag tref ik iets merkwaardigs aan.
    De inhoudelijke bepaling van deze drieslag bevat zeker voor insiders weinig nieuws, maar kwantitatief omvat de dienst van het woord 5 nummers (23-27), die van de liturgie 9 (28-36), die van de diaconie 2 (37-38.)
    Kwantiteit zegt niet alles, maar toch veel. Bovendien is de inhoud van deze twee diaconienummers uiterst mager. 'in de bediening van de liefde moeten de diakens zich spiegelen aan Christus de Dienaar, die zij vertegenwoordigen, en vooral zich wijden aan de "functies van liefdadigheid en administratie"' (n. 38).
    Wanneer men concreter wordt, dan gaat het over 'de liefdadigheidsdienst op het vlak van de christelijke opvoeding; het inspirerend begeleiden van gebedskringen, van kerkelijke jongerengroepen en van lekengroepen - de bevordering van het leven in elk stadium en van de omvorming van de wereld volgens de christelijke ordening. Daarom moeten zij trachten allen zonder onderscheid van dienst te zijn, met bijzondere aandacht voor degenen die het meeste lijden en voor zondaars' (n. 38) Dit is het dan. De auteurs gaan over tot een bespreking van de canonieke zending van permanent diakens (n.39-42.)
    Bij de spiritualiteit van de diaken worden enige abstracte woorden gewijd aan de huidige historische context, wordt de roeping tot heiligheid bepleit, komen de relaties krachtens de heilige wijding aan de orde (tot het geheim van Christus, de kerk, het heil van alle mensen), worden de middelen tot geestelijk leven aangeduid en legt men een verband tussen spiritualiteit en levensstaten (celibaat,huwelijk,weduwnaarschap.)
    Alles blijft zeer formeel en levensvreemd. Ik vraag mij af: wat kun je hiermee beginnen? Het laatste hoofdstuk vraagt terecht aandacht voor de permanente vorming. Men verheldert hiervan de kenmerken, de beweegredenen, de betreffende ( primair de diakens zelf de eigenheid, de terreinen, organisatie en middelen. Ook hier is er de formele benadering, maar op het einde 'de terreinen' klaart de lucht iets op. Men spreekt over de noodzaak van pastorale vaardigheden voor de diaken en men citeert met instemming de Paus.
    - 'Daarom wordt hij ertoe gestimuleerd steeds beter de reële conditie te leren kennen van de mensen tot wie hij gezonden is, om in de historische omstandigheden waarin hij zich bevindt de uitnodigingen van de Geest te onderscheiden en de meest geschikte methoden en de meest nuttige vormen te zoeken voor de uitoefening van zijn ambt in deze tijd in loyale en overtuigde' gemeenschap met de paus en met de eigen bisschop' (n. 73).
    Men gaat verder en stelt: 'Zo vraagt het apostolaat vandaag de dag ook groepswerk, dat om vruchtbaar te zijn, in overeenstemming met de organische aard van de kerkelijke gemeenschap, diversiteit nodig heeft' (n. 73). Het Directorium eindigt met een lang gebed tot de allerheiligste maagd Maria.

    4. Conclusies.
    - Er bestaat nog steeds onduidelijkheid over het eigen profiel van de permanente diaken. Dit is eigenlijk niet verwonderlijk, als men deze documenten bestudeert. Het tweede verschilt van het eerste, niet alleen inzake de benadering, maar ook ten aanzien van de inhoud. Vooral in het laatste document is er geringe aandacht voor het eigenlijke 'munus' van de diaken: de diaconie. Zij moet de kern vormen van zijn dienstwerk; alles dient van hieruit geprofileerd te worden. Dit geldt wat betreft de andere functies, de spiritualiteit, de permanente vorming. Dit gebeurt niet. Vandaar de onduidelijkheid. Juist op de werkvloer levert dit allerlei problemen op: mensen worden vanuit verschillende concepties tot diaken gewijd. De, 'binnenkerkelijke' en de 'prêtres manqués' staan formeel in hun recht. Hiermee wordt voor velen het diakenambt een klerikaal en binnenkerkelijk ambt.
    - Hierin speelt ook het volgende mee. Het Tweede Vaticanum koos voor het permanent diakonaat van gehuwde mannen. De documenten blijken juist met dat gehuwd - zijn moeite te hebben. Wie als ongehuwde man diaken wordt, dient altijd ongetrouwd te blijven. Wie weduwnaar wordt, mag in beginsel niet hertrouwen. Nergens vind je een positief woord over de verrijking die juist het gehuwd - zijn kan betekenen voor een goede ambtsvervulling.
    Diaconie wordt gelijk gesteld met liefdadigheid. Ik heb een grondige afkeer van dit woord. Het riekt teveel naar het onderscheid tussen de rijke gever en de arme ontvanger tussen subject en object. Liefdadigheid vernedert mensen in hun waardigheid en houdt hen afhankelijk. Daarom weigeren zij 'hun hand te moeten ophouden'. Bovendien komt men zo niet verder dan symptoombestrijding. Ik betreur het dat dit woord 'liefdadigheid' in officiële documenten nog steeds gebruikt wordt.
    - Hiermee hangt het volgende samen. Er is geringe aandacht voor de concrete samenleving waarin of waaronder mensen moeten leven. Economische en politieke structuren zijn vaak de oorzaak van die armoede aan menszijn. Armoede is geen natuurproduct zoals een aardbeving, maar wordt 'geproduceerd'. Welnu, in de documenten vindt men hiervan niets terug. Is er nog steeds een bepaald soort koudwatervrees ten aanzien van de zogenoemde bevrijdingstheologie? Is Jezus niet gekomen 'omwille van ons en ons heil', zoals in het hart van ons Credo staat? Heil van mensen heeft ook te maken met heling, heelwording van hun samenleving en met de strijd tegen 'zondige' structuren. Hiervan is in de documenten niets te bespeuren.
    Ik wees al op de geringe aandacht voor de menswetenschappen bij de vorming van de permanente diaken. Hier kan hij leren, hoe onze samenleving en mensen in deze samenleving 'in elkaar zitten'. Van een gedegen analyse van de maatschappij naar witte en zwarte kanten is geen sprake. Het lijkt wel of de diaken 'op de wolken' leeft en werkt. Mede hierom maakt vooral het tweede document zo'n levensvreemde indruk. De bijbelse passie voor het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid die toch Jezus' hartszaak was, klinkt nergens door. Hiertoe is de hete adem van de goede Geest nodig. Hiervan valt weinig te bespeuren. Men kan opmerken: dit zijn ambtelijke documenten. Akkoord, maar wel vanuit en voor de christelijke 'geloofs 'gemeenschap. Ik krijg de indruk dat men de zoektocht naar een duidelijke profilering van het diakenenambt op de diaconie wil indammen.
    Deze indamming gaat ten koste van de constructief - kritische relatie tussen geloof en samenleving en dus ten koste van meer gerechtigheid voor meer mensen. Ik troost mij met de gedachte dat er gezegd wordt dat door deze documenten de creativiteit en oorspronkelijkheid van de particuliere kerken niet tenietgedaan wordt. Het is niet de eerste keer dat echte vernieuwing van onderop komt. Het leven is gelukkig vaak boeiender dan de leer.

      Leuven, augustus 2000.
      Harry Spee ss.cc.



    FRANCESCO, EEN POPPENSPEL

    van en door een diaken verteld en gespeeld
    Op vrijdag 17 november werd in een gemeenschapszaal in Breda het poppenspel Franciscus gespeeld door de Groninger diaken, Peter Vermaat. Deze avond was georganiseerd door het Stadspastoraat Breda.
    Peter is na zijn opleiding op de Pedagogische Academie in het onderwijs terecht gekomen, studeerde daarna theologie en vond al spoedig daarna zijn weg als districtscatecheet. In die functie ontwikkelde hij de mogelijkheid om catechese middels poppenspel bespreekbaar te maken. Peter Vermaat is diaken van het bisdom Groningen. Maar vooral is hij ook een verteller van formaat. Met zijn oude en vaak onbekende volksverhalen en sprookjes uit verschillende cultu-ren en streken reist hij door het hele land. Voornamelijk voor volwassenen brengt hij deze verhalen weer tot leven.
    Peter Vermaat heeft een avondvullend programma o.a. rond Friese en Nederlandse volks-verhalen, sprookjes van Grimm, volksverhalen van Indianen, sprookjes uit het oosten, Joodse volksverhalen en bijbelse vertellingen. Ook heeft hij programma's, die een bepaald thema centraal stellen: leven en dood, schepping, oorlog en vrede, muziek, dans en spel, bevrijding en verlossing e.d.
    Daarnaast vertelt hij verhalen met behulp van poppen en maskers, zoals in zijn voorstelling: "Gilgarnesi", "Oosterse vertellingen" en "Franciscus".
    Vertellingen worden steeds vaker gevraagd: in theaterzalen, buurthuizen en bibliotheken, op parochieavonden en congressen, waar ook in het land.
    Inlichtingen en boekingen: Peter Vermaat, theater met poppen en maskers, Menamerdyk 6, 9037 JV Slappeterp, telefoon: 0518-45.17.51 en fax: 0518-45.25.17



    LITERATUUR

    N.J.Kieftenburg. diaken.
    Graag meld ik u het recent verschenen boek "Economie en kerkelijk spreken", ondertitel: "hervorming van het geldstelsel: de EMU een brug te smal" (uitgever Damun, ISBN nr. 90.5573 - 147 -1.
    Het boek staat in het teken van de moeizame discussie tussen theologen en economen.
    Onderstaand een korte samenvatting:
    De huidige economische systemen deugen niet. Inherent aan deze zijn een overvloed aan sociale zowel economische ethische onacceptabele negatieve effecten. Deze effecten zijn niet natuurlijk en niet onafwendbaar. Economie heeft te maken met ethiek en daarmee met theologie en zij dient daarvan uit te gaan en daarop gericht te zijn. Met name het kerkelijk spreken van meer dan een eeuw heeft hierop gewezen. Het heeft de systemen aan de kaak gesteld en de te respecteren waarden en normen aangedragen.
    Geschetst wordt de ontwikkeling en de aard van het kerkelijk spreken met name zoals dit in de sociale encyclieken van de Pausen is verwoord. De aanklacht tegen de huidige economische systemen wordt uitgewerkt. De economie wordt in het kader van de menswetenschappen als een niet - objectieve normatieve wetenschap beargumenteert. Tegen deze achtergrond wordt het geldsysteem als oorzaak van de problemen ontmaskerd en voortdurend begeleid door het kerkelijk spreken - worden tenslotte de beginselen aangedragen en uitgewerkt van één van de huidige economische systemen onderscheiden geldsystemen. Het ontwikkelde systeem, een synthese van kapitalisme en communisme, is aantoonbaar overeenkomstig de idealen van het kerkelijk spreken. Het is in staat, als beoogd, de negatieve effecten van de huidige economie te vermijden.